De straat die nooit stil is en andere verhalen van om de hoek

Anna van der Kruis, 6 mei 2015

Toneel 5+.

Gebaseerd op interviews met kinderen uit groep 3 van basisschool de Witte Olifant, in de Joodse buurt achter de Nieuwmarkt in Amsterdam. In opdracht van Jacqueline Korevaar / van om de hoek.

Frament 1. (A:)
’s Nachts, als je wakker wordt, is het wel eens stil op straat.
En ’s ochtends als je naar school gaat, is het ook nog rustig.
Maar als je wilt slapen hoor je vaak gepraat.
Heel hard.

En overdag, zijn er altijd mensen.
Als ik naar buiten kijk, wil ik liever gewoon iets rustigs zien.
Maar dat gaat dus niet.

Fragment 2. (A:)
De kamer in het pand beneden was eerst helemaal rood.
Toen waren alle muren rood.
Maar nu is er één muur lichtblauw.
Er ligt een zeil op de vloer.
En er is een grote spiegel.
En een bed.
En de lampen zijn fel.

Als ik thuis kom moet ik meestal stil zijn in de gang.
Omdat er huurders zijn.
Kijk, of mensen die voor een huurder komen.
Boven, als ik op mijn vaders kantoor ben hoor ik ze praten.

Er moeten mensen komen
die kunnen een kamer huren.
Daar kunnen ze even blijven.
En dan gaan ze weer weg.

Ze blijven nooit lang.

Fragment 3. (A:)
Als je naar de grond kijkt
om niet per ongeluk iemand aan te kijken
of om geld te zoeken of geheime briefjes
dan zie je me niet.
Als je gewoon recht vooruit kijkt omdat je ergens naartoe onderweg bent
zoals de meeste mensen
ook niet.
Je moet naar boven kijken
naar de lucht.

Dan zie je een paal met zwarte bordjes eraan en gouden letters
die alle kanten uit wijzen.
En mij.
Want dit is mijn paal.
De paal waar ik graag inklim.

Ernaast is de deur van de Spreekbuis.
De Spreekbuis is een café dat pas om vier uur ’s middags open gaat.
Er hangen gordijntjes voor de ramen en er is een televisie die meestal aanstaat.
Er komen geen toeristen.
Behalve dan misschien om de weg te vragen.
Iemand met veel te veel tassen aan alle kanten
die per ongeluk naar binnen gestapt is
omdat hij verdwaald is.

Bij de schemerlamp in de hoek zit mijn vader.
Zijn drie Iphones liggen op een rij voor hem op tafel.
Daarnaast staat zijn drinken.
De barman roept, “Wat in dit café gebeurt, blijft in dit café.”
Dat roept hij vaak.
En het ligt eraan tegen wie
maar soms knipoogt hij erbij.

Fragment 4. (A:)
Naast de radio staat het camerasysteem.
We kunnen daarmee vanuit onze keuken in de winkel beneden kijken.

Mijn vader drukt het scherm aan en kijkt.
Dan drukt hij het weer uit.
Hij wacht.
Even.
Maar nooit lang.
Gaat zitten.
Staat op.

Aan.

Uit.

Loopt naar het aanrecht.
Kijkt uit het raam.
Gaat terug.

Aan.

Uit.

Mijn moeder zegt, “Als het zo moet ga je maar gewoon naar beneden”.
Mijn vader schud zijn hoofd.
“Ik zal de vaatwasser uitruimen,” zegt hij.

Ik druk het scherm aan.
In de winkel staan drie mensen.
Een lange man in een lichte blauwe trui en een zelfde kleur broek.
Een iets minder lange vrouw in een blauwe jurk met blauwe hakschoenen.
En een kind.
Een stuk kleiner dan ik.
Hij heeft een blauwe spencer aan.
Een blauwe broek.
En felblauwe gymschoenen.
Hij wijst naar het ijs.
Bosvruchtenijs.
De vierde bak van links.
De man rekent af aan de kassa
en de vrouw gaat door haar knieën om het kind het ijsje te geven.

Mijn moeder wast de ramen.
Mijn vader pakt haar bij haar middel en kust haar.

Als ik weer naar het scherm kijk zie ik dat het bolletje op de grond ligt.
De man en de vrouw kijken ernaar.
Het kind gaat door zijn knieën en grijpt naar het ijs.
Hij steekt het in één keer in zijn mond.
Zijn hele gezicht is blauw.

“Zo,” zegt mijn vader
die ineens naast mij staat.
“Nu gaan wij eens even heel hard met de Wii racen.”

Meer lezen? Of meer weten over dit project? Laat hieronder een reactie achter of schrijf een PM.

Reacties

Geen reacties..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*