Boulevard

Anna van der Kruis, 29 juli 2016

Dicht bij Anna

Van 5 t/m 14 augustus 2016 zit ik in Pand 18, in de tuin van de oude Mavo aan de Josephstraat in Den Bosch. Ook wel: ‘het Josephkwartier’. De plek voor bezoekers, voor jou dus, en theatermakers, mij, om elkaar te ontmoeten en om elkaar vragen te stellen tijdens theaterfestival Boulevard.

In onderstaand stuk probeer ik te duiden hoe het zo ver gekomen is en met welk doel ik erin stap:

In augustus 2015 sta ik op de Uitmarkt in Amsterdam. Ik ben genodigd op het Prins Bernhard Cultuurfonds-podium om iets te vertellen over mijn werk. Ik wil geen acteurs vragen en ik wil niet te veel tijd in de voorbereiding steken. Er is namelijk geen budget.

Ik ga in eigen persoon het podium op. Ik wil iets uitproberen. Ik vertel het aanwezige publiek over gebeurtenissen uit mijn eigen leven. Een verhaal over mijn vader, een gekke actie die hij in het verleden uitgehaald heeft. Een briefje dat hij geprint heeft en dat ik heb bewaard. Een verhaal over mijn uren in de horeca en de collega’s die ik daar gehad heb.

En vervolgens vertel ik hoe ik deze verhalen inzet, voor mijn werk. Hoe ik ze omzet. Hoe ik ze bruikbaar maak om er steeds een nieuw opzichzelfstaand verhaal mee te vertellen. Ik lees de bijbehorende fragmenten voor uit mijn reeks theaterteksten blues in boxes.

Daarna doe ik iets wat ik nog niet eerder gedaan heb. Iets waar ik ontzettend veel zin in heb. Ik zeg, “en nu vind ik het als theatermaker altijd zo jammer, dat ik eigenlijk nooit met jullie in gesprek raak. Ik kijk naar mijn eigen leven, naar wat mijzelf daarin raakt. En dat werkt wel, want ik heb mooie dingen gemaakt. Daar komen gelukkig ook mensen naar kijken en er worden zelfs mensen door geraakt… Maar nu we hier vandaag toch met een klein clubje bij elkaar zitten: Ik zou zo graag willen weten welk verhaal jullie verteld willen hebben. Welke gebeurtenis uit je leven jullie willen delen, wat jullie eigenlijk troost.”

Het werkt: er ontstaat een geweldig, ontroerend gesprek.

Niet veel later ben ik gastdocent bij een workshop danskritiek. Ik kom er achter dat de mensen die het liefste over dans schrijven, die zich voor de workshop hebben aangemeld en er hun tijd en geld in willen investeren, gestudeerde mensen zijn. En daarbij: mensen die al veel dans hebben gezien.

Ik ben niet geïnteresseerd in hun kennis van vaktermen of dansgeschiedenis. Ik begrijp niet veel van de abstracte begrippen die ik in hun teksten tegenkom. En aangezien ik ze niet persoonlijk ken, is mij ook niet veel gelegen aan hun oordeel.

Ik vraag ze terug te gaan naar simpele woorden. Ik vraag ze mij te laten zien wat zij gezien hebben door het in concrete details opnieuw op te roepen. Ik vraag ze mij als lezer te laten voelen wat zij zelf hebben gevoeld. Niet door dat gevoel te omschrijven, maar door het moment te omschrijven, dat er aanleiding toe gaf. “Schrijven zoals we normaal praten,” noem ik het. En, “je kennis en je oordeel thuislaten.” Het is grappig om te zien dat het de deelnemers in de war brengt.

Maar waarom is dat eigenlijk? Hoe komt het, dat zulke slimme, ambitieuze schrijvers er perfect in getraind lijken de buitenwacht te laten zien hoe goed ze hebben opgelet, tijdens hun opleiding, of in het theater, maar dat het zweet hen in de handen staat als ik ze gewoonweg vraag mij deelgenoot te maken van wat ze tijdens een voorstelling hebben gezien? Of gevoeld?

Het doet me denken aan een optreden van Lotte van den Berg tijdens de serie Why Theatre, een samenwerking tussen het Huis Utrecht en de Universiteit Utrecht, in 2014.

In haar eentje staat ze op de lege vloer van de grote zaal van het Huis. “Het vraagt moed om hier te staan en voor jullie te spreken,” dat zijn haar eerste woorden. Om te vervolgen met, “maar het vraagt ook moed om daar te zitten en naar mij te luisteren.” In eerste instantie lach ik erom. Ik waan me veilig, anoniem te midden van de groep, in het donker. Maar al snel weet ik dat ze gelijk heeft. Het vraagt durf om betrokken te zijn.

Wie theater kijkt, komt niet alleen iets halen, maar ook iets brengen.

Dichter bij huis, citeer ik tenslotte mijn lief. Hij werkt meer dan zeven jaar voor de vlakke vloer. Hij voelt zich nog steeds een relatieve buitenstaander, want hij maakt niet zelf. Naast zijn werk als DJ, muziekprogrammeur en journalist doet hij PR voor jonge makers.

Een week geleden zitten we samen in de auto en zegt hij, “ik durf na al die jaren nu pas aan mezelf toe te geven dat ik tijdens een voorstelling soms ook gewoon een half uur weg ben, omdat ik aan de boodschappen zit te denken of aan de afwas. Ik dacht altijd dat dat aan mij lag, maar nu denk ik, die maker had ook beter zijn best kunnen doen.”

Angst en zelfonderschatting. Het dagelijks leven. Grote emoties en minder verheven zaken, die velen van ons in de weg staan bij het kijken. Kunnen we ze meenemen? Hebben ze een functie? Of kan ik helpen ze in het herbeleven een beetje minder belangrijk te maken?

Van 5 t/m 14 augustus 2016 zit ik in Pand 18, in de tuin van de oude Mavo aan de Josephstraat in Den Bosch. Elke dag, op prime-time. Dit betekent dat ik geen voorstellingen zal zien. Dat ben ik gewend. Meestal ben ik aan het werk voor mijn eigen stichting, aan mijn eigen voorstellingen. Zo niet dit jaar. Op aanvraag van Theaterfestival Boulevard ontvang ik dit jaar bezoekers in mijn eigen openlucht-kamer.

Één op één gaan we in gesprek om jouw unieke kijkervaring onder woorden te brengen. Als we er content mee zijn, kunnen we die woorden delen met anderen. In pand 18, live en op social media.

Mijn persoonlijke doel: om door andermans ogen meer festivalervaringen te beleven dan ik in mijn eentje ooit voor elkaar zou krijgen.

Daar kijk ik naar uit.

Reacties

Wat leuk ik kom zeker langs !

Hanneke Buenen, 31 juli 2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*