De regel van drie

Anna van der Kruis, 27 februari 2018

… …. .. ….. .. … SCHRIJF ……… … ……….. … …. ………….. .. … ……….. …………. ……….. .. ……… ….. ………. ….. …….. .. ……… …. … ……. … ….. .. ……… .. LEZER .. …. …………. ……. .. SCHRIJVER ….. ………. … ……………. …

The rule of three is een dans principe. Het suggereert dat drie gebeurtenissen of drie personages, humoristisch, bevredigend en effectief zijn. Informatie wordt verdeeld en onthouden door het gebruik van ritme en patronen. De kijker is goed geïnformeerd, terwijl de danser zowel navolgbaar als enthousiasmerend is.

vrij naar wikipedia

Het leven is te serieus voor mij om te blijven DANSEN. Het leven is simpeler geweest, en leuk meestentijds, in die tijd was DANSEN ook leuk, hoewel het serieus voelde. Nu is het leven niet meer simpel, het is bijzonder serieus geworden, en in dat licht voelt DANSEN meestentijds idioot. Ik DANS niet vaak over echte dingen, en als ik over echte dingen DANS, dan neemt het vaak de volledige plek in van de tijd die sommige echte dingen kosten. Ik DANS altijd over mensen die ergens niet mee om kunnen gaan. Ik ben zelf een van die mensen geworden. Wat ik zou moeten doen, in plaats van over hen te DANSEN, is ophouden met DANSEN en leren hoe ik met dingen om kan gaan. Meer aandacht hebben voor het leven zelf. De enige manier waarop ik dat zal leren is door niet meer te DANSEN. Er zijn andere dingen die ik in dezelfde tijd zal moeten doen.

vrij naar de tekst On Writing van Lydia Davis
een projectie in de voorstelling Rule of Three

Als ik schrijf, doe ik drie dingen. Ik begin, met kijken.

Tijdens je opleiding kijk je hoofdzakelijk naar je klasgenoten. Je bent nog maar zeventien als je begint en de jongste. Sommige van je klasgenoten hebben al een universitaire studie achter de rug, iemand heeft zijn moeder verloren, een ander heeft gediend in het vredesleger in Bosnië.

Jullie leren schrijven en iedereen doet dat op zijn eigen manier. Je ziet schrijfplezier, je ziet woede, die tot schrijven aanzet. En je ziet mensen onwaarheden verkopen, je ziet ze dingen verzinnen terwijl jij ernaast zit. Je denkt: wat goed. Zij hebben gevoel! En fantasie!

Over jezelf ben je minder tevreden. Je denkt dat je te stom bent om iets te verzinnen. Je denkt dat jij er genetisch niet toe in staat bent om boos te worden, je kan het je niet eens voorstellen. Je teksten moeten goed zijn. Jij moet goed zijn. Er moet hard gewerkt worden. En hard werk, doet pijn.

Daarna schrijf ik. Omdat ik schrijf, kijk ik opnieuw. Ik ontdek dingen die ik bij de eerste keer kijken, nog niet zag.

Het is 14 december 2017. Je ziet een voorstelling die steeds opnieuw begint. Er is de titel: Rule of Three. Er zijn drie dansers. Twee mannen en één vrouw. Er is een drumstel en een drummer. Het geluid is hard. Er zijn oordoppen. Er is een lijst met woorden die geprojecteerd werden. Je vermoedt dat het een setlist is. Hij eindigt met de woorden ‘writing’ en ‘unwriting’.

Tot slot lees ik. Ik probeer niet te lezen wat ik geschreven heb, maar wat er staat. Wat een ander zou kunnen lezen.

Je bent niet gefocust. En je weet ook niet precies hoe je gefocust moet raken. Je had een volle dag en vlak voordat je in de rij voor de zaal gaat staan, kom je erachter dat je je telefoon hebt laten liggen in het restaurant waar je hebt gegeten.

Je voelt zelfverwijt. Je vindt je dagen te vol, ze gaan te vlug. Je hebt die middag geluncht met je beste vriend, aansluitend heb je koffie gedronken met een vriendin. Daarna heb je de trein genomen om twee provincies verderop te gaan eten met je lief en een gezamenlijke oud collega, alvorens naar een dansvoorstelling te gaan.

Je hebt uren aan een stuk gesprekken gevoerd. Na het eten heb je afgerekend, je gaat nog even naar de wc en als je terug komt is jullie tafel leeg. Je jas is weg, je tas is weg en je gezelschap. Je loopt naar buiten. Je lief heeft je spullen. Zodra je in het theater bent denk je: mijn telefoon lag op tafel. Je voelt je betrapt. Je hebt er niet meer aan gedacht. Er was een volgorde die je volgde, een paadje in je hoofd en je gezelschap is daarvan afgeweken.

Je had het onlangs in het zwembad ook, het was zo druk, dat alle kluisjes in gebruik waren. Je had je omgekleed en liep naar de badmeester, je vroeg of je je waardevolle spullen bij hen mocht achterlaten en daarna dook je zo, hop, het water in. Je vergat eerst terug te lopen naar de douche en eronder te gaan staan. Je bent ongewassen het bad ingedoken en kon dat niet meer ongedaan maken.

Jullie zijn meer dan twaalf jaar samen. Jij bent onmatig en verslavingsgevoelig. Hij is dat niet. Hij heeft twee verslavingen. Pijnstillers (je vindt bitter wit gruis in zijn portemonnee en in zijn broek- en jaszakken, jullie badkamerkastje ligt vol met lege doordrukstrips) en oordoppen, zachte, gele wegwerpdingen. Jij verdraagt ze niet. Je voelt je opgesloten, je doet ze in en dan weer uit. Je denkt: als ik het durfde, zou ik naar beneden rennen, de dansvloer over, de zaal uit, naar buiten. Je wilt weg, maar gunt het jezelf niet.

De drumsolo doet pijn aan je oren.

Je kent nogal wat schrijvers. De meeste zijn midden dertig en hebben angststoornissen, burn-outs en liefdesverdriet. Je denkt aan de lunch van die ochtend: het verhaal van jouw droom, die verbleekte bij die van je beste vriend. Een droom die hij niet gestopt kreeg. Die in elke nieuwe slaap waarin hij terecht kwam, doorging en hem zo bang maakte dat hij het liefst voor eeuwig wakker bleef.

Je hebt het schrijven nodig. Je wilt je wapenen tegen wat je leest. Je denkt: een schrijver is altijd een schrijver, ook als hij besluit niet meer te schrijven. Je weigert te geloven dat schrijven en leven elkaar uitsluiten. Dat het één oneigenlijke ruimte inneemt, die voor het ander bedoeld is.

Je weet: Lydia Davis is een schrijver. Je weet: Paul Auster, haar eerste man, ook. Je weet: ze waren begin dertig, toen ze hun eerste kind kregen. Je weet: ze zijn gescheiden Jij bent een jonge moeder en je grootste angst is: dat je niet meer zal kunnen schrijven, omdat je nieuwe driemanschap (jij, je lief en jullie zoon), je iets anders vragen dan dat.

De drummer is weggelopen, de dansers zijn bloot. Je ziet wel iets van troost in hoe ze hun hoofden tegen elkaars borst en rug leggen, of hun handen op elkaars hoofden, of hoe ze hun tenen haaks op de vloer zetten, er zit een soort van humor, of iets ontwapenends in de manier waarop ze, een aantal keer opnieuw, in stilte, een stapeltje maken van zichzelf. Zij heeft een tattoo, onder haar linkerarm, een minuscuul vredesteken, dat je nu plotseling ziet. En dan is het donker.

Deze tekst is geschreven in het kader van Dans&Durf over de voorstelling Rule of Three van Choreograaf Jan Martens. In eerder werk dat ik schreef voor Dans&Durf dacht ik steeds dat ik mijzelf in mijn tekst schaamteloos op de voorgrond zette. Was ik aan de beurt en las ik voor, kreeg ik na elke eerste versie van mijn Dans&Durf schrijfcollegae te horen: “Ja, mooie tekst hoor, maar we zien jou niet.” Dat zag ik als een uitnodiging.

Mijn andere Dans&Durf teksten lezen? Dat kan hier en hier.

Reacties

Geen reacties..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*